,

Gebouweigenaren wacht kostbare onderzoeksplicht naar veiligheid vloeren

Honderden tot duizenden gebouwen met grote ruimtes, zoals scholen, ziekenhuizen en kantoren met breedplaatvloeren die na 1999 zijn gebouwd, worden onderzocht of de vloeren nog sterk genoeg zijn.

Dat blijkt uit aanbevelingen die minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) woensdag aan de Tweede Kamer heeft gestuurd en waarover de NRC heeft bericht.

Hoogste prioriteit

Gebouwen van 70 meter of hoger moeten daarbij de hoogste prioriteit krijgen, evenals gebouwen met vier bouwlagen die zijn bestemd voor mensen die niet gemakkelijk naar buiten kunnen zoals ziekenhuizen en gevangenissen.

Voor 2021 moeten deze gebouwen gekeurd zijn op veiligheid. Daarna komen de lagere gebouwen. Eigenaren krijgen hierbij een onderzoeksplicht, schrijft de krant.

Instorting
De aanbeveling volgt uit een onderzoek naar de veiligheid van breedplaatvloeren door ingenieursbureau Hageman, in opdracht van het ministerie. De aanleiding was de gedeeltelijke instorting van de in aanbouw zijnde parkeergarage bij Eindhoven Airport in mei 2017.

Breedplaatvloeren zijn prefab-vloeren, al dan niet met gewichtsbesparende bollen erin, waarbij de bovenste laag beton op de bouwplaats wordt afgestort. De instorting van de parkeergarage in Eindhoven werd veroorzaakt doordat de bovenste laag beton onvoldoende de prefabvloer eronder wist vast te houden.

Bron: Vastgoedjournaal

, ,

Robots bedreigen baan miljoen bankmedewerkers Europa

Bijna een op de drie werknemers in de bankensector zal zijn werk binnen vijf jaar overgenomen zien worden door robots. In Europa zou dat betekenen dat 1 miljoen mensen hun baan verliezen.

Vooral ondersteunende diensten zullen naar verwachting snel worden geautomatiseerd. Dat voorspelt voormalig Citigroup-baas Vikram Pandit. Volgens Pandit, die tot 2012 aan het roer stond bij de Amerikaanse bank, worden processen door robotisering vereenvoudigd. Dat zal zorgen voor het anders inrichten van werkprocessen, ook omdat computers zichzelf dingen kunnen aanleren.

De stellingname van Pandit sluit aan bij een rapport van Citigroup van vorig jaar. Destijds repte de bank over een tijdspanne van tien jaar. In de VS zouden 770.000 bankmedewerkers hun baan kwijtraken en in Europa zelfs 1 miljoen. Mochten de voorspellingen uitkomen, dan zullen banken verder snijden in hun kantorenbestand. Door het nieuwe werken kunnen de meeste bedrijven naar schatting al toe met een kwart minder kantoorruimte.

Bron: www.amstellandintobusiness.nu

Bron: Vastgoed Nieuws

 

, , ,

Catella: hoogste huurgroei kantoren in Amsterdam

Amsterdam is met Oslo en Berlijn de meest aantrekkelijke kantorenmarkt van Europa om in te investeren.

Tot en met 2020 kunnen kantooreigenaren in de Nederlandse hoofdstad rekenen op een jaarlijkse huurgroei van bijna 10 procent.

Dat blijkt uit op 21 juni gepubliceerd onderzoek van Catella Real Estate. De Duitse belegger uit München noemt de kantoren van Amsterdam en Oslo de beste Europa beleggingsmarkt vanwege de hoogste verwachte huurgroei en het relatief lage risico. Beleggers in Berlijn lopen vanwege de grootte van de markt en de vele nieuwbouw iets meer risico, maar kunnen tot en met 2020 rekenen op een gemiddelde jaarlijkse huurgroei van 4,6 procent.

Het hoogste risico lopen kantoorbeleggers in Dublin, Moskou, Barcelona en Madrid. Dat levert dan weer wel een totaalrendement op van 15,8 procent in Dublin en zelfs 18,7 procent in Madrid. Kantoren in München, Stockholm, Berlijn en Hamburg hebben de grootste waardegroei achter de rug met yields die Catella heeft zien dalen tot 3 à 3,5 procent. In Amsterdam is het aanvangsrendement voor topkantoren tussen het eerste kwartaal van 2016 en dat van 2017 met 70 basispunten gedaald naar 4,1 procent.

In het eerste kwartaal werd in Amsterdam voor 435 miljoen euro in kantoren belegd. De gemiddelde leegstand bedraagt er 13,4 procent. In Rotterdam daalde het aanvangsrendement voor de beste kantoren met 38 basispunten naar 5,12 procent. Het beleggingsvolume bedroeg 230 miljoen in het eerste kwartaal, de leegstand 16,5 procent. Rotterdam kan een huurgroei tot en met 2020 van 4,75 procent per jaar verwachten.

,

Column Rutger Schuur: “Duurzaamheid raakt je business, links- of rechtsom”

De Nederlandsche Bank vindt dat de transitie naar een klimaatneutrale economie te langzaam gaat. Aanleiding voor ABN Amro om met haar relatie Cromwell Property Group en vastgoedorganisatie Gresb een event te organiseren om duurzaamheid binnen de sector commercieel vastgoed te bespreken.

Wat betekent verduurzaming voor de verschillende partijen binnen de vastgoedketen? Conclusie: snel handelen is cruciaal, want duurzaamheid raakt je business, links- of rechtsom.

Focus op vastgoed

Ik gaf eerder aan dat de duurzaamheidstrein in de vastgoedsector in beweging is gekomen en geleidelijk aan snelheid wint. Deze duurzame transitie zie ik terug bij veel van onze relaties, zoals Cromwell. Belangrijk, want de gebouwde omgeving zorgt nog steeds voor 36 procent  van de Nederlandse kooldioxide-uitstoot en de meerderheid van het commerciële vastgoed heeft een matig tot slecht energielabel (D-G). Dat actie binnen de sector vanuit klimaatperspectief een issue is, staat buiten kijf.

Toch omarmt lang niet iedereen die opvatting. Zo wordt de klimaatverandering betwist, vindt men de terugverdientijd van een investering te lang of is de reactie ‘het zal niet zo’n vaart lopen’. Daarom nemen wij het voortouw in het terugdringen van niet-duurzaam vastgoed, door duurzame, maar commercieel verantwoorde keuzes te maken. Door haar eigen vastgoed te verduurzamen wil ABN Amro kennis opdoen en die delen met relaties. Op dit moment zijn we bijvoorbeeld bezig met de bouw van een circulair paviljoen op het Gustav Mahlerplein.

Verduurzaming raakt je cashflow

Verduurzaming is niet alleen belangrijk voor het milieu, ook om economische redenen is het de juiste stap. Het raakt je cashflow immers direct. Duurzaam vastgoed is waardebestendig en levert een hoger rendement op, voor beleggers én maatschappij. Dat komt doordat deze objecten beter verhuurbaar en couranter zijn. Bovendien is verduurzaming niet langer vrijblijvend, maar essentieel: vanaf 2023 moeten kantoorpanden wettelijk minimaal een C-label hebben, in 2030 zelfs een A-label. Daarnaast stuurt DNB aan op kooldioxide-beprijzing, waarbij de vervuiler betaalt. Al met al, reden genoeg om te investeren in duurzaam vastgoed. En dat hoeft helemaal niet hoogdrempelig te zijn.

Laagdrempelig investeren in duurzaam vastgoed

Duurzame ambities in de praktijk brengen kan heel laagdrempelig zijn. Zo kunnen vijf relatief kleine duurzaamheidsinterventies al een grote impact hebben: led-verlichting, goed inregelen van installaties, cv-ketel niet ouder dan tien jaar, isolatie van dak en gevel, en zonnepanelen. In elk pand hebben deze maatregelen direct veel effect. Hoewel kosten vaak een belemmering zijn voor een duurzame investering, hebben meerdere van deze maatregelen een terugverdientijd van minder dan vijf jaar. Dat maakt een dergelijke interventie zo laagdrempelig en de besteding waard.

Concrete doelen stellen

Wilt u verduurzamen, maar weet u niet wat uw eerste stap is? Dat is niet erg, ook ABN Amro moest ergens beginnen. In 2015 zijn we gestart onze portefeuille commercieel vastgoed te verduurzamen. We hebben destijds drie concrete doelen gesteld, die we vóór 2019 willen halen. Allereerst willen we bestaande gebouwen een tweede leven geven, oftewel transformeren. Ook willen we panden helpen opwaarderen naar een A-label, in anticipatie van aankomende wetgevingen. Ten slotte ambiëren we in 2018 dertig Green of Social Landmarks in onze portefeuille te hebben. Tabel 1 laat zien dat we op al die fronten goede voortgang boeken, maar er nog niet zijn. Om de doelen te halen, gaan we actief het gesprek aan met vastgoedondernemers die hun verduurzamingsambitie met ons kunnen én willen realiseren.

Doelstelling eind 2018 Waar staan we nu?
Transformatie 300.000 m2 212.000 m2
Upgrade 30% A-label 13% A-label
Green en Social Landmarks  30 landmarks 21 landmarks

Tabel 1: Doelstellingen voor 2018 en voortgang van 2015 tot nu.

Verduurzaming moet je belonen

We vinden het belangrijk om onze klanten te belonen voor verduurzaming van hun vastgoed. Dat doen we door inzicht te verschaffen én op prijs te differentiëren. De behoefte aan inzicht is groot in de sector. Wat is mijn carbon footprint? Welke kooldioxide-besparing kan ik realiseren? Wat is de terugverdientijd van maatregelen? Kennis hierover hebben we gebundeld in de Duurzame Investeringstool, waarmee onze klanten inzicht krijgen in hun energiebesparingsmogelijkheden. Onze relatiemanagers gaan de dialoog aan met wie wil verduurzamen, om deze kennis in concrete inzichten te vertalen. Omdat je er met alleen kennis niet komt, hebben we één miljard euro beschikbaar gesteld voor de volledige financiering van de duurzaamheidsmaatregelen van onze klanten. Zo zorgen we dat de benodigde labelsprong wordt behaald.

Eerder in dit blog noemde ik het belang van verduurzaming voor de cashflow binnen het commercieel vastgoed. Dit is terug te zien in de pricing van vastgoedfinancieringen. Wij differentiëren deze pricing afhankelijk van het energielabel. Het financieren van duurzaam vastgoed wordt goedkoper, niet-duurzaam vastgoed wordt duurder. Het verschil kan oplopen tot 0,80 procent. We maken dit mogelijk omdat we ervan uitgaan dat duurzaam vastgoed een betere waardering krijgt dan grijs vastgoed. Het risicoprofiel van duurzaam vastgoed is dus lager.

Wegnemen van belemmeringen

Uiteindelijk is het voor de sector belangrijk om belemmeringen voor energiebesparing weg te nemen, wat wij doen door onze kennis en ons kapitaal in te zetten. Dat we vierde werden in de internationale Gresb Debt Assessment voor banken en debt funds was een signaal dat we op de goede weg zijn. Met deze aanmoediging op zak blijven we het voortouw nemen om structurele vergroening te realiseren, samen met onze klanten. De verantwoordelijkheid die daarbij komt kijken, nemen we graag. Dit doen we door met klanten, toezichthouders, overheden en taxateurs samen te werken. Als partners in verduurzaming. Want voor onze klanten moet verduurzamen snel, goed en makkelijk zijn.

Over de auteur
Rutger Schuur is hoofd Real Estate & Public Sector Clients bij ABN Amro

, ,

Amsterdam op twee na drukste hotelmarkt Europa

Amsterdam heeft in 2016 een recordaantal van 8 miljoen toeristen getrokken. Met een gemiddelde bezettingsgraad van 78 procent is Amsterdam na Dublin en Londen de meest succesvolle Europese hotelstad. 

Dat blijkt uit het PwC-rapport Standing out from the crowd – European cities hotel Forecast for 2017 and 2018. De RevPar – de omzet per beschikbare kamer – steeg met ruim 3 procent naar 105 euro per nacht. De bezettingsgraad van de Amsterdamse hotels blijft de komende jaren stabiel rond de 78 procent. Het sterke jaar van de Amsterdamse hotelsector komt mede door een topjaar voor musea; in 2016 trokken de tien belangrijkste musea bijna 8 miljoen bezoekers. Daarnaast trok het Amsterdam Dance Event ruim 365.000 bezoekers.

Volgens Bart Kruijssen, hotelspecialist bij PwC, zet de groei door, maar minder spectaculair dan sinds 2009 het geval is. ‘De komende jaren groeit het aantal hotelkamers in Amsterdam met bijna 6.000 (+18 procent op de totale voorraad) en breidt het aantal hotels uit met 22. Door regelgeving – de hotelstop van de gemeente Amsterdam – komt het kamerplafond wel in beeld. De grote uitdaging voor hoteliers zit met name in het aantrekkelijk houden van hun aanbod.’

Door de stijgende prijzen per nacht wordt Airbnb aantrekkelijker voor toeristen. ‘Airbnb biedt momenteel 14.000 Amsterdamse plekken aan. Een geduchte concurrent’, aldus Kruijssen. Parijs, Brussel en Istanbul ondervonden hinder van de recente aanslagen. ‘Daar is nog niet het niveau van voor deze aanslagen bereikt. Barcelona, Madrid en Porto hebben daarentegen ontzettend goede jaren gedraaid. De mediterrane landen zijn zeker in opkomst.’

Net als vorig jaar is een overnachting in Genève het duurst. Maar liefst gemiddeld 300 euro moet daar per nacht worden betaald voor een boeking. Zurich volgt op gepaste afstand met gemiddeld 244 euro en Parijs sluit de top 3 met een gemiddelde van 229 euro per nacht. De top 5 van steden met de hoogste bezettingsgraad zijn Dublin (82,5 procent), Londen (81,3 procent), Amsterdam (78 procent), Berlijn (77,1 procent) en Praag (76,9 procent).

, ,

NVM Business: ‘Verplicht energielabel C kan tot grote problemen leiden’

Branchevereniging NVM Business is van mening dat het energielabel C dat in 2023 verplicht wordt voor kantoren, tot grote problemen kan leiden op een deel van de Nederlandse kantorenmarkt.

Vooral op de minder in trek zijnde kantorenlocaties zullen de noodzakelijke investeringen om te voldoen aan de strenge eisen, niet overal in de prijs kunnen worden doorberekend.

De NVM Business makelaars zijn gestart met een programma waarbij praktische oplossingen voor de toekomstige problematiek worden gezocht. Deze oplossingen moeten leiden tot nieuwe marktkansen voor alle stakeholders binnen het commercieel vastgoed. Deze input gaat door NVM Business ook gebruikt worden om de overheid te informeren over de uitvoerbaarheid van de nieuwe regelgeving.

Marktgroep Kantoren C-label
In 2023 wordt het energielabel C verplicht voor alle kantoren. Naar schatting de helft van de kantorenvoorraad voldoet hier niet aan. Dit betekent in de praktijk dat er voor 2023 fors in deze kantoren zal moeten worden geïnvesteerd om aan de eisen te voldoen. Op de A1 kantorenlocaties, zoals de Amsterdamse Zuidas, zullen deze investeringen eenvoudig kunnen worden terugverdiend door een verhoging van de huurprijs.

Ingrijpende renovatie
Echter, voor de kantoren op minder aantrekkelijke locaties zullen de noodzakelijke investeringen wel tot grote problemen kunnen leiden. Immers, op die locaties is vaak meer leegstand en is het moeilijker de huurprijzen te laten stijgen. Daarnaast zijn er problemen te verwachten bij kantoren die langer dan zes jaar verhuurd zijn. Bij deze kantoren zal er tijdens het gebruik een ingrijpende renovatie moeten plaatsvinden. Ook bij kantoren die gedeeltelijk verhuurd zijn kan dit voor de eigenaar problemen opleveren omdat in een heel kantoor geïnvesteerd moet worden terwijl slechts uit het verhuurde deel de inkomsten komen.

Concrete oplossingen
NVM Business is recentelijk gestart met een programma waarbij praktische oplossingen voor deze toekomstige problematiek worden gezocht. Binnen de Marktgroep Kantoren C-label, gaan deskundige makelaars uit de kantorenmarkt met dit probleem aan de slag. Daarbij streeft NVM Business naar concrete oplossingen waarmee NVM Businessmakelaars hun klanten goed kan adviseren hoe met deze opgave om te gaan. Met deze aanpak wil de branchevereniging eigenaren en huurders optimaal helpen. De uitkomsten van de Markgroep Kantoren C-label worden ook gebruikt om de overheden te informeren over de kansen en bedreigingen van deze nieuwe wetgeving.

Bron: www.vastgoedjournaal.nl

https://www.nvm.nl/actueel/nieuws/2016/20161129energielabelkantoren

,

Column: Taxateurslijstjes banken onwenselijk en uit de tijd

Iedere taxateur loopt weleens een taxatieopdracht mis. Dat is ‘all in the game’.

Het wordt wat anders als de taxatieopdracht spaak loopt omdat de taxateur niet op het zogenaamde ‘ taxateurslijstje’ van de bank voorkomt.

Dat is onwenselijk en tegen de regels en afspraken die we als sector met elkaar hebben gemaakt. En bovendien vreemd! Want is het niet de opdrachtgever die voor de bankfinanciering van een vastgoedobject of koopwoning de taxateur voor een taxatierapport aantrekt? Zo blijkt het in de praktijk niet altijd te werken.

Brancheorganisatie VBO Makelaar krijgt uit het veld steeds meer signalen dat banken en andere kredietverlenende instellingen met een shortlist werken, of ze werken met interne taxateurs, of ze besteden hun gehele portefeuille – of al hun interne taxateurs – uit aan één groot taxatiebureau. Dit is zeer onwenselijk, banken bewijzen de vastgoedmarkt daarmee geen goede dienst. Ik hoor u al denken; dat roept hij uit concurrentieoverwegingen. Maar dan wil ik u graag toch even meenemen in de overwegingen van de taxatiemarkt.

Voor het gemak scheer ik de interne taxateur even over één kam met de taxateur op het bankenlijstje. Onterecht, de externe taxateur van het ‘lijstje’ zal een veel onafhankelijkere positie hebben. Maar kan dat in de praktijk wel zo werken? Alleen de vraag of een (interne) taxateur onafhankelijk kán zijn, is al zeer onwenselijk. Een taxateur – en bank – moet alle schijn van belangenverstrengeling voorkomen. Een taxateur moet in volledige onafhankelijkheid en zonder morele verplichting tot een taxatiewaarde kunnen komen. Kan dit als de taxateur in dienst is van de bank of afhankelijk is van de plaats op het lijstje en daaraan verbonden taxatieopdrachten?

Belang opdrachtgever
Deze situatie is ook niet in het belang van de opdrachtgever of consument. Het kan zelfs vertragend en/of prijsverhogend werken. De opdrachtgever kiest een taxateur die een taxatierapport opstelt. Deze wordt niet door de bank geaccepteerd; het was immers geen interne taxateur of een taxateur van het ‘lijstje’. De taxatie moet opnieuw, met dubbele kosten voor de opdrachtgever tot gevolg. En vertraging. Dit wekt geen vertrouwen over de taxatie. De bank is partij in de waardebepaling.
Er kan bij alle betrokkenen een verkeerd beeld van afhankelijkheid, morele druk en wantrouwen ontstaan. Dat is niet in het belang van de markt, de taxateur, financiële instellingen én de opdrachtgever/consument. Maar het kan nog erger. Banken die alle taxaties door eigen medewerkers laten verrichten via een zogenaamde interne taxatiedesk met eigen taxateurs voor bedrijfsmatig en agrarisch vastgoed. Is dat de toekomst?

NRVT
Dit druist in tegen elke vorm van onafhankelijkheid en de beroeps- en gedragsregels van het centrale taxateursregister NRVT, waar de AFM en DNB zich hard voor hebben gemaakt. De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) is nota bene vertegenwoordigd in de Centrale raad. Dit centrale taxateursregister bewaakt, waarborgt en bevordert de onafhankelijkheid, integriteit en kwaliteit van de Register-Taxateur. Als ik de banken een advies mag geven: als u dan toch uit een lijst willen kiezen, dan heeft het NRVT een lijst paraat.

Een column van Hans van der Ploeg, directeur VBO Makelaar.

hans-van-der-ploeg-vbo

Bron: Vastgoedjournaal

,

In Utrecht meer beleggerswoningen op de markt

Na jaren van lage bouwproductie komen er in Utrecht meer beleggingswoningen op de markt.

Pensioenfondsen en verzekeraars rijgen de aankopen aaneen. Dit blijkt uit het Trendrapport Utrecht, samengesteld door de redactie van Vastgoedmarkt.

Een verzevenvoudiging van het transactietotaal illustreert nog het best de acceleratie op de Utrechtse markt voor beleggingswoningen. Door de woningschaarste en de gunstige koopkracht- en werkloosheidsontwikkeling stonden de seinen al op groen. Nu de planvoorraad groeit, raken de projectenpijplijnen van beleggers gevuld. In de eerste helft van 2015 werd nog voor 33 miljoen aan woninginvesteringen in de regio bekend. In dezelfde periode van 2016 was dat 245 miljoen euro. De hausse op de Utrechtse markt voor beleggingswoningen is een zaak van Nederlandse pensioenfondsen en verzekeraars. Zij hebben de betere contacten met bouwers en ontwikkelaars. Zo steken ze investeerders van over de grens de loef af in de strijd om de nieuwe beleggingswoningen. Buitenlandse partijen die hun hoop hadden gevestigd op het aanbod van corporatiewoningen komen bedrogen uit. De sociale huisvesters verkopen veel minder dan verwacht. Daarom verruimt het Duitse Patrizia zijn blik. Ook Leidsche Rijn is vanaf nu een interessante locatie voor woninginvesteringen.

Desondanks domineerden buitenlanders de Utrechtse beleggingsmarkt. Want er zaten veel Utrechtse kantoorpanden in de portefeuilles die werden gekocht door Goldman Sachs, Marathon en de combinatie van Cairn Real Estate en een buitenlandse belegger. Het Utrechtse totaal aan kantoorbeleggingen steeg van 53 miljoen euro in de eerste helft van 2015 naar 210 miljoen euro in dezelfde periode van 2016. Van de 434 miljoen euro aan Utrechtse kantoorbeleggingen in anderhalf jaar namen buitenlanders 357 miljoen euro voor hun rekening.

Bron:

Vastgoedmarkt.nl

, ,

Waardeverklaring: mag dat nog? (NRVT)

Met de oprichting van het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT) is er een centraal register van deskundige eìn onafhankelijke vastgoedtaxateurs, waarbij een grote professionaliseringsslag van het taxatievak is gemaakt.

Zo levert een geregistreerde taxateur (Register-Taxateur) een professionele taxatiedienst en geen taxatieverklaring, waardeverklaring of een verkort taxatierapport.

De professionele taxatiedienst is als volgt gedefinieerd in de Algemene gedrags en beroepsregels van het NRVT: ‘het door een geregistreerd taxateur schatten van en schriftelijk rapporteren over de waarde van vastgoedobjecten, zodanig dat aan de schatting en rapportering in het economische en maatschappelijk verkeer vertrouwen kan worden ontleend.’

Een professionele taxatiedienst moet daarbij voldoen aan de vereisten die zijn vastgesteld in de Kamerreglementen van het NRVT. Dit betekent onder meer, dat een Register-Taxateur altijd zorgvuldig onderzoek moet doen en dat hij zijn bevindingen in een taxatierapport moet vastleggen. Het afgeven van alleen een waardeoordeel door de Register-Taxateur in de vorm van een waardeverklaring, zonder goed onderzoek en onderbouwing is dus niet meer mogelijk.

Een taxatieverklaring, waardeverklaring of een verkort taxatierapport kan en mag de Register-Taxateur zodoende niet meer verzorgen. Aan zijn rapport wordt immers ook in het economische en maatschappelijk verkeer vertrouwen ontleend.

Wat valt niet onder professionele taxatiedienst?

Onder professionele taxatiedienst vallen niet de werkzaamheden die door een makelaar worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld in het kader van het verwerven van een verkoop- of verhuuropdracht.

Wanneer u als Register-Taxateur in dit kader een oordeel over de waarde van het onroerend goed moet geven, dan bent u verplicht ervoor te zorgen dat voor eenieder duidelijk is, dat uw oordeel deel uitmaakt van (het verwerven van) een makelaarsdienst. En dat er dus geen sprake is van een professionele taxatiedienst. Een dergelijk oordeel voldoet immers niet aan de vereisten die gesteld worden aan een professionele taxatiedienst.

Bron: NRVT

,

Is de shortlist voor taxateurs in strijd met de vrije mededinging?

Bijna iedere taxateur is het wel eens overkomen: het mislopen van een taxatieopdracht. Niet omdat de klant geen vertrouwen heeft in de taxateur.

Nee, de reden is – hoewel eenvoudig – heel frustrerend: de taxateur komt niet voor op de shortlist van de betreffende bank. Maar waarom hanteren de banken eigenlijk een shortlist? Doen ze dat echt omdat ze dan – zoals ze aangeven – controle hebben op de kwaliteit van de aangeleverde taxaties? Dan wordt het tijd dat die banken oog krijgen voor de realiteit anno 2016.

Sinds de oprichting van het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT) zou de inschrijving in dat register mijns inziens het uitgangspunt moeten zijn voor het verkrijgen van een taxatieopdracht. Echter: banken houden zich verbeten vast aan de lijstjes met taxateurs waarmee zij goede ervaringen hebben opgedaan. Ik vraag me af of dat niet in strijd is met de vrije mededing.

Niet alleen gekwalificeerde en bekwame taxateurs, maar ook opdrachtgevers worden door deze werkwijze benadeeld. De gekwalificeerde taxateur loopt taxatieopdrachten mis en opdrachtgevers hebben een beperkte keuze uit taxateurs. Er is op zijn minst sprake van belemmering van vrije en juiste prijsvorming.

NRVT
Je vraagt je dan ook af waarom we gezamenlijk het NRVT hebben opgetuigd met werkkamers voor alle disciplines en met daarbij behorende reglementen. Daarin staan duidelijke richtlijnen, waaraan niet alleen een taxatie maar ook de taxateur voor een bepaalde taxatieopdracht moet voldoen.

Op de site van het NRVT staat onder het kopje ‘Opdrachtgevers zakelijk’: ‘[Het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT)] is de garantie voor de opdrachtgever dat hij een integere en deskundige vastgoedtaxateur inschakelt: een Register-Taxateur (RT). Een Register-Taxateur handelt in het publieke belang, werkt volgens internationale richtlijnen EVS/IVS en erkende gedrags- en beroepsregels. De Register-Taxateur onderwerpt zich aan het doorlopend toezicht en het centrale tuchtrecht van het NRVT. […] De Register-Taxateur is van onbesproken gedrag, beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en houdt zich aan de Algemene gedrags- en beroepsregels van het NRVT. Deze regels zijn onder meer gebaseerd op de aanbevelingen van het Platform Taxateurs en Accountants’.

Het waren toch DNB en de AFM die hebben aangedrongen op zelfregulering? Banken waren bij dat proces betrokken en hebben mede hun visie gegeven op de eisen waaraan een taxateur en een bedrijfsmatige taxatie moeten voldoen.

En wat zien we nu? Bij het inschakelen van taxateurs worden door diezelfde banken alle aanbevelingen, richtlijnen etc. die – onder leiding van prof. dr. A.C. Hordijk MRICS – uiteindelijk geleid hebben tot het NRVT, voor een groot deel genegeerd. Nog meer verbazing wekt nadere bestudering van de lijst met namen van de stemgerechtigde leden van de centrale raad van het NRVT. Op die indrukwekkende lijst staat namelijk een vertegenwoordiger van de Nederlandse Vereniging van Banken!

Wanneer zal ook bij de betrokken banken het besef doordringen dat inschrijving van taxateurs in de werkkamer voor bepaalde specifieke taxaties van het NRVT voldoende waarborg zou moeten zijn voor de kwaliteit van de taxateur? Hopelijk is dat een kwestie van nog even geduld hebben – met de nadruk op ‘even’.

Louis Huijts REV RT is voorzitter sectie Bedrijfsmatig Vastgoed VBO Makelaar


Dit was een artikel geschreven door Vastgoedjournaal