Tag Archief van: woningmarkt

Een ruime meerderheid (73 procent) van de particuliere beleggers verwacht een beperkte impact van de coronacrisis op woningbeleggingsmarkt. 

Daarnaast geeft 54 procent van de beleggers aan investeringen door de crisis niet uit te stellen. Van de groep beleggers die aangeeft investeringen niet uit te stellen geeft de meerderheid (68 procent) aan dat zij de woningbeleggingsmarkt als een robuuste markt zien en dat de lange termijn signalen goed zijn.

Duur crisis

Van het totaal aantal ondervraagde beleggers geeft 46 procent aan investeringen wel uit te stellen. Een grote meerderheid van deze groep geeft aan dat de onzekerheid over de duur van de crisis de hoofdreden is.

Dit blijkt uit een enquête van Capital Value die begin april is uitgevoerd onder bijna 100 particuliere beleggers. Particuliere beleggers spelen een belangrijke rol op de woningbeleggingsmarkt en namen in 2019 een derde van het totale transactievolume voor hun rekening.

Gevolgen woningportefeuilles

Gevraagd naar de gevolgen voor de huidige woningportefeuille, geeft de helft van de ondervraagde beleggers aan nog geen verschillen te ervaren. 31 procent krijgt te maken met meer huurdersverzoeken voor huuraanpassing of -opschorting. Een kwart merkt op dat de verhuur in het hogere segment moeizamer verloopt.

Marijn Snijders, directeur Capital Value: ‘Particuliere beleggers spelen al meer dan 20 jaar een zeer belangrijke rol op de woningbeleggingsmarkt. Een groot deel van de particuliere beleggers werkt met eigen geld en is hierdoor minder afhankelijk van externe financiers. Ook na de vorige crisis waren het de particuliere beleggers die zijn blijven investeren in de woningmarkt. In de afgelopen weken hebben wij gezien dat een groot aantal particuliere beleggers blijft bieden tijdens verkoopprocessen die op dit moment gaande zijn.’

Bron: Vastgoedmarkt

De toenemende landelijke en lokale regeldruk remt particuliere woningbeleggers bij het uitbreiden van hun portefeuille al verwacht het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) geen exodus uit de woningmarkt. 

Het PBL onderzocht in samenwerking met Vastgoedbelang, de branchevereniging van particuliere vastgoedbeleggers, de investeringsmotieven en beleggingsstrategieën van particuliere verhuurders om zo bij te dragen aan een beter gefundeerd maatschappelijk debat. Het onderzoek is gebaseerd op een grootschalige enquête onder meer dan 800 particuliere beleggers en meer dan 30 aanvullende diepte-interviews.

Serieus issue

De oplopende regeldruk en aanpassing van wet- en regelgeving is een serieus issue voor de particuliere beleggers, waarbij het onderzoek onder meer een onderscheid maakt tussen actieve uitbreiders en geleidelijke aanpassers van de woningportefeuille. Met name de eerste groep heeft volgens het PBL last van de aangekondigde wijziging van de belasting van vermogen in box 3. 

Toename belasting

In de voorgestelde wijziging stijgt de vermogensrendementsheffing voor beleggingen en daalt de heffing op spaargeld. Nu wordt alle vermogen nog tegen een gelijk rendement belast, waarbij schulden mogen worden gesaldeerd voordat de belasting wordt geheven. Niet alleen komt er een laag tarief voor sparen en een hoger tarief voor beleggen; schuld niet meer worden gesaldeerd met vermogen. Dit leidt voor particuliere beleggers in de woningmarkt tot een toename van de belasting.

Fiscale prikkel

‘Vooral beleggers die hun verhuurportefeuille grotendeels hebben gefinancierd met vreemd vermogen zijn door deze wijziging duurder uit’, zo schrijven de onderzoekers. ‘De fiscale prikkel om met minder vreemd vermogen te investeren, zal in ieder geval de meest actieve ‘uitbreiders’ afremmen in hun ambities. Toch hoeft dit niet automatisch tot krimp van de particuliere huursector te leiden: de kasstromen zijn immers goed en stabiel, en het ontbreekt vooralsnog aan betere beleggingsalternatieven.’

Regulatory risk

Het belangrijkste risico dat particuliere beleggers zien, is het verstorend ingrijpen door de (Rijks)overheid. Dit risico, het zogenaamde ‘regulatory risk’, wordt door particuliere beleggers niet zozeer als een beleggingsrisico ervaren, maar toegeschreven aan een onbetrouwbare
overheid die keer op keer nieuwe wet- en regelgeving implementeert. Dit blijkt ook uit de interviews die het PBL met branchevertegenwoordigers.

De neiging van de overheid is, maatregelen treffen. Terwijl de enige maatregel die ze moeten treffen is, bouwen, bouwen, bouwen

‘Maar omdat de woningmarkt overspannen is nu, vraag en aanbod komt bij elkaar op een hoger prijsniveau. […]. De neiging van de overheid is, maatregelen treffen. Terwijl de enige maatregel die ze moeten treffen is, bouwen, bouwen, bouwen.’

Particulieren gaan hierbij uit van de gedachte van ‘recht op rendement’; op voorhand wordt een inschatting van de kosten en baten gemaakt, zo geeft een ander particuliere belegger aan:

‘We zijn nu, we hebben plannen gemaakt. We zijn aan het bouwen op basis van het woningwaarderingstelsel zoals het is, zonder dat wij wisten dat er een noodknop of dat soort maatregelen aan zaten te komen. […] Als daar aan een keer een maatregel komt dat je niet meer dan 950 euro huur mag vragen, ja dan hebben we een gigantisch probleem.’

Langere termijn

In het onderzoek hebben verschillende particuliere verhuurders aangegeven dat de veelheid aan wijzigingen in overheidsbeleid er in de toekomst mogelijk voor zorgt dat zij de particuliere huurmarkt verlaten. ‘Of dit daadwerkelijk het geval is, is de vraag, aangezien eerder is gebleken dat particuliere verhuurders er zelden voor kiezen om hun (volledige) verhuurportefeuille te verkopen. De Rijksoverheid zou dit risico kunnen beperken door voor de langere termijn keuzes te maken en hierover actiever met particuliere verhuurders te communiceren.’

Als daar aan een keer een maatregel komt dat je niet meer dan 950 euro huur mag vragen, ja dan hebben we een gigantisch probleem

Opportune momenten

Ook lokale beleidsvoornemens, zoals een woonplicht voor kopers van woningen, kan een grote invloed hebben op de plannen van beleggers. Een grootschalige exodus van de sector is volgens het PBL geen realistische aanname. ‘Hiervoor zijn de alternatieven voor woningmarktbeleggingen niet aantrekkelijk genoeg of worden als te risicovol beschouwd. Aan de andere kant ligt het ook niet in de lijn der verwachting dat het groeitempo van de sector hetzelfde blijft als de randvoorwaarden verslechteren. Het meest realistische scenario lijkt dan ook dat de particuliere huursector in de komende jaren gestaag maar minder snel zal groeien en dat minder vaak met relatief veel vreemd vermogen in de woningmarkt belegd kan worden. Dit kan ertoe leiden dat lange-termijn beleggers die weinig risico nemen en alleen op opportune momenten verdere beleggingswoningen aankopen (lees ‘aanpassers’) een belangrijkere rol krijgen.’

Eerste publicatie door Robert Paling op 11 nov 2019

Bron: Vastgoedmarkt

 

Wijziging-box-3-remt-ambities-particuliere-beleggers

De detailhandel heeft in het eerste kwartaal 4,8 procent meer omzet geboekt dan in hetzelfde kwartaal van 2016. De verkopen (het volume) namen met 2,9 procent toe.

Dit meldt het CBS in de Kwartaalmonitor detailhandel. Dat is een flinke versnelling. In het derde kwartaal van 2016 bedroeg de omzetgroei op jaarbasis nog 1,2 procent en 3,9 procent in het vierde kwartaal vorig jaar. De winkels in voedings- en genotmiddelen boekten in het eerste kwartaal van 2017 3 procent meer omzet dan een jaar eerder. Deze omzetstijging kwam vooral voor rekening van de supermarkten, die ruim 3 procent meer omzet wisten te realiseren. Bij de speciaalzaken steeg de omzet met 1,1 procent. De verkopen in de foodsector namen met 1,2 procent toe.
De omzet van de fysieke winkels in non-foodartikelen was in het eerste kwartaal 4,1 procent hoger dan een jaar eerder, de verkopen namen toe met 3,4 procent. Hiermee houdt de non-foodsector de relatief hoge groei uit het vierde kwartaal 2016 vast. Net als in voorgaande kwartalen profiteren de winkels in woninggerelateerde artikelen van de herstelde woningmarkt. Zo groeide in het eerste kwartaal de omzet van winkels in doe-het-zelfartikelen en keukens met liefst 10,8 procent, de hoogste omzetgroei in elf jaar.
Fysieke winkels in consumentenelektronica daarentegen wisten de negatieve trend in hun omzetontwikkeling niet te keren. Ze boekten 3,4 procent minder omzet. Het was het negende kwartaal op rij met omzetverlies. Winkels in consumentenelektronica ondervinden stevige concurrentie van webwinkels.
In het eerste kwartaal nam de omzet van de detailhandel uit online verkopen met 14,8 procent toe ten opzichte van een jaar eerder. De omzet bij de multi-channelers, bedrijven die zowel een fysieke winkel hebben als online verkopen, nam met 16,4 procent toe. Dat was iets meer dan bij de pure webwinkels, daar groeide de omzet met 13,6 procent.

Is de gekte op de Amterdamse woningmarkt echt zo groot als wordt gezegd?

Wat zijn de echte cijfers en wat betekenen deze in vergelijking met de rest van Nederland? Woningmarktcijfers.nl bracht het in kaart. Plus gratis rapport!

Gemiddelde koopsom stijgt in 2,5 jaar met 32%
De explosieve stijging van de huizenprijzen en de gemiddelde koopsom is een vaststaand feit. In de eerste 6 maanden van 2016 komt de gemiddelde koopsom van alle in Amsterdam verkochte woningen uit op € 340.000. In vergelijking met het gehele jaar 2015 bedraagt de stijging 11,8%. Kijken we naar het dieptepunt van de huizenprijzen (€ 256.000 voor Amsterdam in 2013), dan bedraagt de stijging in 2,5 jaar tijd maar liefst 32,6%. Ook is Amsterdam een van de weinige gebieden in Nederland waar de gemiddelde koopsom nu al hoger is dan in 2008. De gemiddelde koopprijs ligt in Amsterdam momenteel ruim € 100.000 boven het niveau van Nederland (€ 238.000), in 2013 bedroeg dat verschil nog maar € 43.000.

Gemiddelde koopsom amsterdam 2016

Uit een nadere analyse blijkt dat het prijsverschil niet wordt veroorzaakt door verschillen in het aantal transacties per woningtype. Aannemelijk is dat voor vergelijkbare woningen steeds meer wordt betaald. Dit is terug te zien in de marktverhouding per prijsklasse. Het marktaandeel van de goedkopere woningen (tot € 200.000) is ten opzichte van 2015 gedaald van 36% naar 26%. In het hoger segment (vanaf € 300.000) zien we juist een toename van het marktaandeel van 31% naar 40%. In Amsterdam werden in de eerste 6 maanden van dit jaar 166 woningen verkocht met een koopsom boven één miljoen euro. In postcodegebied 1071 is de gemiddelde koopsom het hoogst, hier gingen 90 woningen van de hand met een gemiddelde koopprijs van € 1.128.000.

Weinig aanbod en hoge mutatiegraad in Amsterdam
In Amsterdam zijn in vergelijking met het eerste halfjaar van 2015 9% meer transacties geregistreerd, dit is veel minder dan in de rest van Nederland ( 23,9%). In Amsterdam is het geringe woningaanbod de oorzaak voor de beperkte groei van het aantal transacties. Ongeveer 3,4% van de bestaande koopvoorraad staat te koop, de mutatiegraad is met 9,7% bijna het dubbele van het Nederlandse gemiddelde.

Verkooptijden blijven dalen
In Amsterdam is de TVT gedaald tot 3,4 maanden, het laagste cijfer dat in Nederland voorkomt. Met behulp van TVT berekent Woningmarktcijfers.nl de theoretische verkooptijd. De TVT geeft het aantal maanden aan dat nodig is om alle te koop staande woningen te verkopen op basis van het aantal transacties van de laatste 12 maanden. Bij een TVT van 8 tot 12 maanden is sprake van een evenwichtige woningmarkt waarbij de vraag- en aanbod verhouding in balans is. Een TVT hoger dan 15 maanden geeft aan dat de woningmarkt ontspannen is. Voor Nederland bedraagt de TVT momenteel 11 maanden.

Demografische druk neemt toe
Op de woningmarkt spelen meerdere economische factoren een rol. Daarnaast geven demografische prognoses een indicatie voor de toekomstige ontwikkeling. De laatste jaren groeit de Amsterdamse bevolking met ongeveer 10.000 personen per jaar. De verwachting is dat het aantal huishoudens tot 2030 met ongeveer 80.000 zal stijgen. Los van het feit of inwoners willen huren of kopen, de druk op de Amsterdamse woningmarkt zal blijven.

Woningmarktrapport Amsterdam tijdelijk gratis beschikbaar
Alle details over de Amsterdamse woningmarkt zijn te vinden in het woningmarktrapport van Woningmarktcijfers.nl van het tweede kwartaal.

bron: www.vastgoedjournaal.nl

Nederlands commercieel vastgoed heeft in 2015 beleggers een totaalrendement opgeleverd van 7,7 procent. Met maar liefst 12,7 procent scoorden bedrijfsruimtes het best.

Dat blijkt uit de IPD Nederlandse Jaar Vastgoedindex 2015 (meer info over deze index). Woningen waren vorig jaar met 10,6 procent na bedrijfsruimtes de best presterende sector. Winkelvastgoed scoorde met een totaalrendement van 3,6 procent het slechtst. Kantoren brachten 5 procent op.

Opgesplitst naar direct en indirect rendementen bedroeg het rendement voor de sectoren: winkels 6 procent direct en -2,2 procent indirect; kantoren 6,1 procent direct en -1,0 procent  indirect; bedrijfsruimtes 7,2 procent direct en 5,2 procent indirect;woningen 4,6 procent direct en 5,7  procent indirect.

Het gemiddelde directe rendement kwam uit op 5,4 procent, tegen 5,7 procent in 2014. Het indirecte rendement bedroeg  2,1 procent, hetgeen precies in lijn is met het gemiddelde over twintig jaar gemeten.

Het gemiddelde totaalrendement over de afgelopen twintig jaar bedraagt 8,1 procent. In 2015 herstelde de Nederlandse vastgoedmarkt zich van de negatieve gevolgen van de financiële crisis, stellen de onderzoekers.

Ook wanneer men binnen Europa kijkt biedt Nederland biedt een hoog rendement aldus de Deutsche AM.

Nederland, Spanje en de zeven grootste Duitse steden bieden momenteel de aantrekkelijkste rendementen op risicogewogen basis. Dat schrijft de Duitse vermogensbeheerder Deutsche Asset Management (Deutsche AM) in zijn verwachtingen voor 2016 voor de Europese vastgoedmarkten .Nederland is verhoogd van neutraal naar ‘overweight”. Toch blijft Deutsche AM voorzichtig vanwege mogelijke valkuilen buiten het belangrijkste segment, en richt zich vooral op Amsterdam.

De onderzoekers wijzen er op dat op diverse locaties in Europa de bezettingsgraad aan het verbeteren is en begint de huurgroei te versnellen. Toch blijft het evenwicht op de markt fragiel en zijn er nog steeds risico’s voor het herstel.

Het centrum van Londen en delen van Parijs worden gezien als relatieve underperformers over een gemiddelde van vijf jaar, ‘maar zijn waarschijnlijk tegen het einde van het decennium weer terug in de voorhoede’.

Strategisch gezien blijven de belangrijkste vastgoed-beleggingen een aantrekkelijke investering, met stabiele en relatief hoge inkomsten in een tijd van aanhoudende onzekerheid in de wereld. ‘We zien de grootste kansen in de woningmarkt, specifieke delen van de logistieke markt en centraal gelegen winkel- en kantoorlocaties,’ aldus Deutsche AM.

Doordat de omstandigheden voor het herstel van de vraag blijven verbeteren, kunnen er mogelijkheden ontstaan om meer risico te nemen. Zo’n strategie moet wel zeer selectief worden uitgevoerd, gezien het grote aanbod van ruimte op secundaire locaties.

Bronnen:

Vastgoedmarkt